Columns

All in the Family

“Familie heb je, vrienden kun je kiezen”. Ook in de wijnwereld blijken familie relaties notoir fragiel te zijn. Zo sleepte wijlen Robert Mondavi in 1972 eerst zijn moeder voor de rechter en daarna zijn broers en zussen -om veilig te stellen wat hij zag als het geboorterecht van zijn kinderen: de Robert Mondavi Winery. En daar bleef het niet bij. Iedereen die Julian Flynn Siler’s uitstekende boek over de Mondavi’s heeft gelezen (The House of Mondavi: The Rise and Fall of an American Wine Dynasty) weet hoe uiteindelijk de onderlinge kift en nijd tussen de zonen Michael en Tim het zorgvuldig opgebouwde imperium van hun vader in luttele jaren ten gronde richtte.
In een keiharde business met buitengewoon magere marges kun je je voorstellen dat de verleiding groot is om het bedrijf te verkopen zodra de gelegenheid zich voordoet. En hoewel we de afgelopen tijd enkele schatrijke Chinezen beroemde chateaus in Haut-Médoc en Pomerol hebben zien opkopen, staan de gegadigden voor normale wijnkelders niet in de rij. In Frankrijk staat 40% van alle wijnbedrijven in de étalage omdat de nieuwe generatie niets ziet in een leven van hard werk voor bijna niks. Zonder opvolging kiezen daarom steeds meer wijnboeren in Europa eieren voor hun geld; voor een subsidie rooien ze hun stokken; om er iets anders aan te planten waar ze wel toekomst in zien zitten.
Hoe het dan met wijnfamilies zit die het wel al heel lang volhouden? Zoals de Chaves in de Rhône, de Antinoris in Toscane, de Torres’ in Penedes, de Henschkes in Eden Valley, de Chadwicks in Chili en de Blandys in Madeira? Dynastieën met een enorme toewijding voor hun respectievelijke regio’s die op de een of andere manier weten te overleven, zelfs floreren, ondanks globalisatie, beteugelende wetgeving, op de loer liggende financiële roofdieren en wispelturige familieverhoudingen. Zij zijn nog altijd het kloppend hart van de internationale wijnsector.
En dat dit wat mij betreft nog lang zo moge blijven.